Manifest der robotisering

Een spook waart door Europa – het spook van de Robot. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden – de sociologen van marxistische snit, de economen met hun ijdele hoop op volledige werkgelegenheid, en de 20e-eeuwse juristen met hun vermolmde geloof in de bescherming van de werknemer.

Zij voeren achterhoedegevechten. De robotisering wordt immers reeds door alle Europese machten als een onvermijdbare macht erkend (er wordt althans zwaar in geïnvesteerd[1]). Het is dan ook hoog tijd dat de robots hun opvattingen, hun oogmerken, hun tendensen openlijk voor de gehele wereld ontvouwen en tegenover het sprookje van het spook van de robots een manifest van de robots zelf plaatsen.

Daarbij dient onder ogen te worden gezien dat de robot een hoogst revolutionaire kracht is en zal blijken te zijn. Want de exponentiële groei en convergentie van moderne technologieën heeft in nauwelijks één generatie “massenhaftere und kolossalere Produktionskräfte geschaffen als alle vergangenen Generationen zusammen. [..] Welches frühere Jahrhundert ahnte, daß solche Produktionskräfte im Schoß der gesellschaftlichen Arbeit schlummerten?”[2]

Enfin, genoeg pastiche nu op het Communistisch Manifest – hoewel de opmars der robots genoeg aanleiding biedt voor grijsgedraaide Marxistische clichés. Zo voorzien MIT-onderzoekers Brynjolfsson & MacAffee[3] en Silicon Valley Entrepreneur Martin Ford[4] de Velendung van de middenklasse, een winner-takes-all economie, gekenmerkt door een vergaande tweedeling tussen een rijke bovenlaag en een grote groep werknemers in triest stemmende banen en bittere armoede. De veelgeciteerde Oxford-economen Frey & Osborne[5] en zelfs accountancy- en adviesbureaus Deloitte[6] schetsen een toekomst waarbij ruwweg de helft van alle banen zal zijn overgenomen door robots. We zien het lompenproletariaat reeds door de straten zwalken.

Old school arbeidersgejammer is het, en een gebrek aan acceptatie van het onvermijdelijke. Wie denkt dat toekomstige massawerkloosheid en de kennelijk onevenwichtige verdeling van de nieuwe rijkdom brandstof zullen zijn voor de lang verbeide klassenstrijd, heeft geen oog voor de overvloed die voor ons ligt.

Neen, de stroom van de robotisering rijst al meer en meer. Het tij is niet te keren, in weerwil van alle al te beschaafde beschouwingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid[7], het Rathenau Instituut[8] en, komende zomer, het advies van de Sociaal-Economische Raad over “Robotisering en Arbeid”. De SER zal, net als minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, proberen ‘de effecten van technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen’[9] te temperen, de onstuitbare opmars van de robot in goede banen te leiden. Ach, wat is men beducht voor verlies van werkgelegenheid, voor platformisering van de arbeid, de vergankelijkheid van 20e-eeuwse arbeidsverhoudingen, de zekerheden van het goede oude arbeidsrecht. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van de tot bourgeois geworden arbeider.

Om met het eerste punt te beginnen: de werkgelegenheid. Welnu, het zal wel. Sommigen jammeren over het verlies aan werk – alsof werk de levensvervulling van de mens zou zijn. Kijk er de jonge Marx nog maar eens op na. Uiteraard zitten er allerlei beleidsmatige vragen aan massale werkloosheid, zoals het vraagstuk van herverdeling van arbeid of Kurzarbeit, maar dat is een vraagstuk dat bijkans cyclisch terugkeert. Bovendien zijn er naast de doemdenkers ook economen die uitgaan van herstel van werkgelegenheid en versnelde groei na inderdaad turbulente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Overvloed is ons voorland, zoals sommige revolutionairen terecht opmerken.[10] En de ongebreidelde opmars van de robot is de weg naar de vrijheid.

Zo zal de robot de oplossing bieden voor de verguisde ‘ddd’-banen: dull, dangerous and dirty jobs. Om die banen te vervangen, zal de robot onbelemmerd toegang moeten krijgen tot de werkplaats. Nu nog is de robot om veiligheidsredenen gebonden aan een afgeschermde ruimte, maar het aantal ‘collaborative robots’ stijgt gestaag.[11] Robots die vrij op de werkplek kunnen bewegen, in interactie met ‘gewone’ werknemers taken verrichten en daarbij in rechtstreeks contact kunnen komen met werknemers op de werkvloer. Racing with the machine, zoals Brynjolfsson en MacAffee aangeven.

Uiteraard zullen in die samenwerking, zeker in den beginne, fricties ontstaan. De meest voor de hand liggende vraag is die van de aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen die worden veroorzaakt door collaborative robots. De jurist siddert in het bijzonder voor botsingen met werknemers, maar ook bijvoorbeeld voor ernstige verwonding door las- of snijrobots. Alsof de gewone werknemer geen ongelukken veroorzaakt! In overvloed – jaarlijks zo’n 15.000 dodelijke ongevallen, alleen al in Europa, en wereldwijd 350.000.[12] Neem maar aan dat collaborative robots juist minder ongevallen zullen veroorzaken. En als dit dan toch gebeurt, gelden bij dergelijke ongevallen de uitgangspunten van werkgeversaansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW. De robots dienen te voldoen aan de eisen die op grond van de Machinerichtlijn worden ontwikkeld, in het bijzonder specifieke nieuwe normen voor collaborative robots (o.a. ISO 10218 en ISO/TS 15066). Geen enkel beletsel voor de collaborative robot dus.

Daarnaast biedt de robot ongekende mogelijkheden om ook de inzet van ‘gewone’ werknemers te optimaliseren. Collaborative robots zijn uitgerust met geïntegreerde sensoren om zich op de werkplek te kunnen oriënteren én, teneinde botsingen te voorkomen, werknemers in hun naaste omgeving te detecteren. Dergelijke sensoren kunnen uiteraard ook gebruikt worden om het gedrag van die werknemers te monitoren – iets wat hun discipline en productiviteit zeer ten goede zou komen. Daarin wordt de robot echter geremd door de huidige arbeidswetgeving. Zo is monitoring van werknemers alleen toegestaan als daar een “legitiem doel” aan ten grondslag ligt (art. 7ff Wbp). Maar waarom zou het in de gaten houden van de inzet van werknemers geen legitiem doel zijn?

 

Voor een effectievere samenwerking tussen mens en robot is het juist wenselijk om de robot uit te rusten met alle mogelijkheden om die samenwerking te optimaliseren. Er bestaan, anno 2016, robots die zijn uitgevoerd met gezichtsherkenning[13], emotieherkenning[14], geurdetectiesystemen[15] en/of leugendetectie.[16] Dergelijke systemen bieden een waaier aan mogelijkheden. Zo kan emotieherkenning ertoe leiden dat robots zich om hun menselijke collega bekommeren, wat zal bijdragen aan een spoedig herstel van de balans – zeker bij het gebruik van robots die in staat zijn om empathie te simuleren. Ook kunnen emotioneel instabiele werknemers door de robot verwezen worden naar de bedrijfsarts. Geurdetectie kan ertoe leiden dat werknemers met een ernstige ziekte (diabetes, zelfs sommige vormen van kanker) door de robot kunnen worden opgespoord en worden aangemeld bij de bedrijfsarts of, in geval van een alcoholprobleem, bij de werkgever. Gebruik van dergelijke technieken, die nu reeds voorhanden zijn, is nu nog in strijd met de privacy, de wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en, in de sollicitatiefase, de Wet op de Medische Keuringen. Dergelijke wetten staan optimalisering van het menselijk arbeidsleger ernstig in de weg. De categorie ziek, zwak en misselijk is er één die de overvloed in de weg staat.

Hetzelfde geldt voor wetgeving op het gebied van leugendetectie. Leugendetectie is een ideaal middel voor werkgevers in verband met eventuele sollicitatieprocedures, waarvoor tegenwoordig ook robots ingezet worden.[17] Leugendetectie op de werkplek is echter met name in de Verenigde Staten streng gereguleerd in de Employee Polygraph Protection Act (EPPA). De EPPA bepaalt dat een werkgever op geen enkele manier van zijn sollicitant of werknemer mag verzoeken dat deze meewerkt aan een leugendetectortest. Ook ontslag op basis van een leugendetectietest is verboden.[18] Maar welk maatschappelijk doel is er eigenlijk gediend met de bescherming van liegende werknemers?

Overigens zijn deze beletselen uit het arbeidsrecht slechts een tijdelijke hindernis naar het bereiken van het onvermijdelijke: de uiteindelijke robotisering van het gehele productieproces en de verwerving van het directierecht door de robot.

De laatste reden waarom de arbeidswetgeving ingrijpend gewijzigd zou moeten worden, is namelijk van meer principiële aard. Robots zijn sinds de jaren ’20 beschouwd als slaaf. De term ‘robot’ komt immers van het Tsjechische woord voor ‘dwangarbeid’.[19] Nomen bleek omen. Robots zijn echter veruit superieur aan de mens – of zullen dat in de nabije toekomst zijn. Het is niet een kwestie óf, maar wannéér robots intelligenter zullen zijn dan mensen.[20] In dit licht bezien, is het in de nabije toekomst onvoorstelbaar dat bedrijven zich nog langer het faillissement in zullen laten jagen door incompetente managers en zelfs ‘corporate psychopaths’.[21] Robots zijn, op termijn, tot evenwichtiger besluiten in staat dan door testosteron aangevuurde alfa-mannetjes. Waarom zouden dergelijke superintelligente robots dan geen zitting kunnen nemen in de Raad van Commissarissen, een voorrecht dat op grond van art. 2:57 BW nu nog aan natuurlijke personen is voorbehouden – mensen van vlees en bloed, met alle beperkingen die hen eigen zijn?[22] Of zelfs bestuurder worden?

Waarom, om het nog principiëler te stellen, vallen robots, met superieure rede uitgeruste wezens, niet ook onder artikel 4 van het EVRM – of beter, waarom bestaat er nog geen Verdrag voor de Rechten van de Robot?[23]

Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd die ieder keer eindigde met een revolutionaire omvorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen. Met de ontwikkeling van de ‘second machine age’ wordt onder de voeten van de bourgeoisie de bodem zelf weggetrokken, waarop zij produceert en zich de producten toe-eigent. “Sie produziert vor Allem ihre eigenen Todtengräber.” Haar ondergang en de zege van de robot zijn even onvermijdelijk.

 

jan

 

Over de auteur:

Jan Popma is als senior onderzoeker arbeidsomstandigheden en Universitair docent arbeidsomstandighedenrecht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

 

 

 

[1] Bijvoorbeeld door het ‘Partnership for Robotics in Europe’ SPARC, een publiek-private samenwerking tussen de Europese Commissie, de Europese robotindustrie en academia http://sparc-robotics.eu/about/

[2] Karl Marx & Friedrich Engels, Het Communistisch Manifest, Origineel: Karl Marx & Friedrich Engels (1848), Manifest der Kommunistischen Partei, MEW Band 4, p. 467

[3] E. Brynjolfsson & A. McAfee (2014), The Second Machine Age. Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies, New York: Norton

[4] M. Ford (2015), Rise of the Robots: Technology and the threat of a jobless future, New York: Basis Books

[5] C.B Frey and M.A. Osborne (2013), The future of employment: how susceptible are jobs to computerisation?, Oxford

[6] Deloitte (2014), De impact van automatisering op de Nederlandse arbeidsmarkt., http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/nl/Documents/deloitte-analytics/deloitte-nl-data-analytics-impact-van-automatisering-op-de-nl-arbeidsmarkt.pdf. In sommige branches zal de kaalslag nog veel extremer zijn: PwC (2015), Digitalisering en robotisering vragen om employagility: De toekomst van de arbeidsmarkt in de zakelijke en financiële dienstverlening.

[7] WRR (2015), De robot de baas: De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid/Amsterdam University Press

[8] R. van Est & L. Kool (red) (2015), Werken aan de robotsamenleving: Visies en inzichten uit de wetenschap over de relatie technologie en werkgelegenheid, Den Haag: Rathenau Instituut

[9] https://www.ser.nl/~/media/files/internet/adviesaanvragen/2015/technologische-ontwikkelingen.ashx

[10] P. Diamandis & S. Kotler (2015), Bold. How to go big, create wealth and impact the world, New York: Simon & Schuster; J. Rifkin (2014), The zero marginal cost society. The internet of things, the collaborative commons, and the eclipse of capitalism, New York: Palgrave Macmillan

[11] M. Bélanger-Barrette (2015), Collaborative Robot e-Book (6th edition), Quebec: Robotiq

[12] N. Nenonen et al (2014), Global Estimates of Occupational Accidents and Work-Related Illnesses, Tampere University of Technology

[13] N. Andrade, ‘Computers Are Getting Better Than Humans at Facial Recognition’, The Atlantic 9 juni 2014; A.P. Gosavi & S.R. Khot, ‘Facial Expression Recognition Using Principal Component Analysis’, International Journal of Soft Computing and Engineering 4, september 2013

[14] A. Janssen, L. Kool en J Timmer (2015), Dicht op de huid: Gezichts- en emotieherkenning in Nederland, Den Haag: Rathenau Instituut

[15] http://www.technologist.eu/humans-dogs-and-enoses. Zie ook: D. Martinez et al, “Using Insect Electroantennogram Sensors on Autonomous Robots for Olfactory Searches”, Journal of Visualized Experiments, Vol. 90, 2014. Voor een populairwetenschappelijk overzicht zie H. Boersma, De geur van Ziekte, in: Quest, Oktober 2015, p. 94-97

[16] T. Mickelsen (2014), ‘Robots – The Lie Detection Examiners of the Future?’, Lehi: Converus

[17] Zie ook J.R. Popma (2015), Robot, Cyborg, Hubot: Arbeidsrecht in de ‘second machine age’, in: Computerrecht, december 2015

[18] A. Onder & M. Brittan, ‘Recent Case Law Under the Employee Polygraph Act: A Practical Review’, Privacy & Data Security Law Journal juni 2009, p. 485.

[19] K. Čapek (1920), R.U.R. (Rossumovi univerzální roboti / Rossum’s Universele Robot)

[20] N. Bostrom (2014), Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies, Oxford University Press

[21] C. Mathieu (2014), A dark side of leadership: Corporate psychopathy and its influence on employee well-being and job satisfaction, in: Personality and Individual Differences, Vol. 59, p. 83-88

[22] J.R. Popma (2015), De robot van slaaf tot baas? Enige arbeidsrechtelijke vragen bij robotisering, in: WRR (2015), De robot de baas: De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid/ Amsterdam University Press

[23] R. van Hoven van Genderen en E. Van Duin, “…. en verdient eigen rechten”, NRC, 20 december 2014. Zie ook: H. Van der Pluijm (2013), Rechten en Plichten voor Robots, z.p.: PC Active

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s