Red de zorg!? Alfahulp nog steeds de dupe

Willemijn Roozendaal

Oneigenlijk gebruik van alfahulpconstructies in de thuiszorg wordt verboden!  kopten de kranten op 4 december. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid), gemeenten en vakbonden bereikten op die dag een akkoord over fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de thuiszorg. Daarvoor is ongeveer 300 miljoen euro per jaar beschikbaar. FNV-leider Ton Heerts is tevreden. De race naar de bodem is volgens hem gestopt. FNV en CNV organiseerden eerder dit jaar honderdduizenden handtekeningen voor de petitie Red de Zorg, en rekenen er nu op dat gemeenten de aanbieders in de thuiszorg niet meer zullen dwingen om te concurreren op arbeidsvoorwaarden.

Maar wordt de thuiszorgverlener daadwerkelijk gered met dit akkoord? Ik denk van niet. De kern van het probleem wordt namelijk niet aangepakt, zo blijkt uit een brief van de staatssecretaris (TK 29 282, 238).

Dienstverlener aan huis

De kern van het probleem met de rechtspositie van zorgverleners is dat er een groot verschil is in rechtsbescherming van gewone werknemers in dienst van een thuiszorginstelling, en zorgverleners die rechtstreeks contracteren met de zorgbehoevende. Laatstgenoemden worden ook wel aangeduid met de term alfahulp. De verminderde bescherming van die laatsten wordt geregeld in de zogeheten Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Deze regeling is van toepassing als werknemers in dienst van een zorgbehoevende op minder dan vier dagen bij die zorgbehoevende in huis werken (ongeacht het aantal uren). Deze mensen (RDAH-zorgverleners) vallen niet in de werknemersverzekeringen dus er hoeven geen premies of belasting te worden afgedragen door de zorgbehoevende, en ook andere arbeidsrechtelijke bescherming ontbreekt, zoals de preventieve toets bij ontslag. Bij zzp’ers ontbreekt die bescherming helemaal. Dat maakt deze zorgverleners veel goedkoper dan werknemers in dienst van een thuiszorginstelling.

Prijsoorlog

Gemeenten moeten bij de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning thuiszorg financieren. Zij zijn daarbij mede vanwege bezuinigingen van het Rijk, op zoek naar de goedkoopste aanbieder van die zorg. Zij stemmen hun tarieven bij de aanbesteding dus af op die van de RDAH-zorgverlener of de zzp’er. Om in de aanbesteding een kans te maken moeten ook thuiszorginstellingen goedkoper inschrijven. Zij wringen zich in bochten om de salariskosten te reduceren. Bijvoorbeeld door de functieomschrijvingen te vereenvoudigen zodat het loon verlaagd kan worden, of door alleen met flexibele krachten te werken. Of de werknemers te ontslaan en in plaats daarvan schijnzelfstandigen aan te stellen. Of de thuiszorginstellingen kunnen failliet gaan en daarna doorstarten met goedkopere krachten, zoals nu bij de grootste thuiszorginstelling TSN misschien wel gaat gebeuren.

Indirecte discriminatie

De regering is er al vaak op gewezen dat de RDAH in strijd is met internationaal recht, vanwege de indirecte discriminatie van vrouwen die er uit voortvloeit. Tot nu toe trekt de regering zich hier niets van aan, en dat blijft zo in de aanpak van Van Rijn.  Het argument om de ongelijke behandeling te rechtvaardigen is onder andere dat de zorgverleners meestal niet afhankelijk zijn van het inkomen dat ze verdienen, omdat het gaat om enkele uurtjes per client. Maar dat geldt lang niet voor alle zorgverleners –  ze kunnen wel 30 uur werken in die drie dagen!

Zorgbehoevende geen werkgeversrol

De bewindslieden trekken zich het lot van de RDAH-zorgverlener dus nauwelijks aan. De RDAH-regeling wordt niet afgeschaft, en daarmee de alfa-hulp ook niet. Wat is er dan wel aan de hand? De wetgever is wel gevoelig voor problemen van de zorgbehoevende met de RDAH- of zzp-constructie. Die zijn namelijk niet altijd opgewassen tegen de rol van werkgever of opdrachtgever. In een wetswijziging van de WMO in 2010 is er voor gezorgd dat de zorgbehoevenden niet ongewild werden opgezadeld met de rol van werkgever of opdrachtgever (art. 6 lid 2 Wmo). Dat mag alleen als de zorgbehoevende middels een persoonsgebonden budget (pgb) bewust kiest voor die rol. Die bepaling is echter geschrapt in de Wmo 2015. De toezegging van Van Rijn ‘om de alfahulp af te schaffen’ betreft slechts het repareren hiervan. De alfa hulp wordt alleen maar geschrapt als ‘in natura’ algemene voorziening, maar mag nog steeds worden aangeboden aan zorgbehoevenden die een maatwerkoplossing krijgen (in de vorm van een pgb). De pgb houder – en dus de gemeente – zal volgens Van Rijn gewoon kunnen blijven profiteren van de RDAH. Wat alleen niet meer mag, net als voor 2015, is de zorgbehoevende die zorg in natura verwacht, opzadelen met ongewenst werkgeverschap of opdrachtgeverschap. Maar gemeenten worden nauwelijks beperkt als ze burgers willen gaan stimuleren om steeds te kiezen voor pgb en niet voor thuiszorg in natura.

Race to the bottom blijft bestaan

De dynamiek waarin gemeentes thuiszorginstellingen dwingen hun tarieven te verlagen vanwege de veel lagere tarieven van zzp’ers of RDAH-zorgverleners, zal hiermee niet van de baan zijn. Er worden volgens de brief van Van Rijn wel afspraken gemaakt volgens welke gemeenten zich verantwoordelijk moeten gaan gedragen bij de aanbesteding en niet alleen naar de prijs moeten kijken. Het is echter naïef om te denken dat zij die verantwoordelijkheid zullen nemen als de oorzaak van de prijsoorlog blijft bestaan. Het water stroomt altijd naar het laagste punt. …

Stop de prijsoorlog

De oplossing is natuurlijk om het prijsverschil eruit te halen. De RDAH moet geschrapt worden of beperkt tot echte kruimelbaantjes van 3 uur per week. De zzp’er is een ander probleem. Een echte zzp’er kan kiezen om voor lage tarieven te werken. Als die tarieven ver onder de cao-kosten duiken (30 of 40% goedkoper is heel gewoon!) rijst echter al snel de vraag of het wel om een echte zzp’er gaat. Welke echte zz’per heeft nu zoveel over voor ‘zelfstandigheid’? Vaak is de bemiddelende instantie in feite de werkgever en gaat het om een schijnconstructie. De oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat elke betrokkenheid van een bemiddelende instantie het vermoeden van schijnzelfstandigheid moet doen vestigen.

Vel over de neus

Mensen die bij een thuiszorginstelling werken wordt al jaren het vel over de neus gehaald. Om te kunnen blijven werken moeten zij continu een verschraling van arbeidsvoorwaarden accepteren. De oorzaak van dit probleem is dat de overheid willens en wetens keihard werkende zorgverleners de bescherming van WW, Ziektewet en WIA ontzegt. Zorg is een condition humaine: mensen hebben wederzijdse zorg nodig. Vrouwen verleenden die zorg de afgelopen duizenden jaren doorgaans onbetaald. Maar de tijden zijn veranderd. Het is nu wel eens tijd om dit soort werk volwaardig te belonen.

Over de auteur:

Willemijn Roozendaal

Willemijn Roozendaal is bijzonder hoogleraar socialezekerheidsrecht en
universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de
VU

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s