Uitbuiting en oneerlijke concurrentie: wat doet de WAS wel en wat niet?

Sinds 1 mei 2007 is de Nederlandse arbeidsmarkt opengesteld voor arbeidskrachten uit Polen,  Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Letland, Estland, Litouwen, Bulgarije en Roemenië (voor werknemers uit de laatste twee landen was tot 1 januari 2014 een tewerkstellingsvergunning verplicht). Een niet geheel verrassend gevolg hiervan is een sterke toename van arbeidsmigranten uit deze landen. In 2011 werd het aantal arbeidskrachten dat was toegetreden tot de Nederlandse arbeidsmarkt geschat op 200.000. De komst van arbeidsmigranten uit Europa – en met name de Midden- en Oost-Europese landen – is voor een aantal sectoren, zoals de tuinbouw en de schoonmaak, van eminent belang, omdat zij kampen met moeilijk vervulbare vacatures. Het gaat daarbij veelal om vacatures voor laaggeschoolde arbeid.

Vanwege de kwetsbare positie van arbeidsmigranten ligt uitbuiting door onderbetaling op de loer. Een ander door het kabinet gesignaleerd probleem met arbeidsmigratie is het ontstaan van oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Als arbeidsmigranten worden onderbetaald en goedkoper zijn dan werkzoekenden in Nederland, draagt dit eraan bij dat een deel van deze laatste groep aan de kant blijft staan. In verband met deze problemen kondigde de regering al in 2011 maatregelen aan om de arbeidsmigratie in goede banen te leiden en verstoring van de arbeidsmarkt tegen te gaan, zoals strenger toezicht op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (WML). Tegelijkertijd overwoog de regering dat de WML niet alle problemen oplost op het gebied van onderbetaling, omdat door sommige werkgevers (inclusief uitzendbureaus) wordt gewerkt met buitenproportionele inhoudingen op het loon voor bijvoorbeeld huisvestingskosten. Met invoering van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) per 1 juli 2015 is aan deze ontduikingsmogelijkheid een einde gekomen, doordat verrekening onder het minimumloon niet langer is toegestaan (n.b. de daarmee verband houdende wijzigingen van de WML zijn uitgesteld tot 1 juli 2016). Voor arbeidsmigranten is dit goed nieuws omdat met invoering van de WAS een zeker inkomensminimum is gegarandeerd en uitbuiting is aangepakt. In zoverre komt de WAS ook tegemoet aan een van de door de regering in 2011 gesignaleerde problemen rondom arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europese landen.

Hoewel de WAS uitbuiting dus aanpakt, biedt deze geen oplossing voor het ontstaan van oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Voor het overgrote deel van de Nederlandse werknemers geldt immers niet het minimumloon maar een cao-loon dat boven het wettelijk minimum ligt. De WAS garandeert dit cao-loon niet. Werkgevers kunnen onder de werking van een voor hen geldende cao uitkomen door gebruik te maken van arbeidsmigranten die via buitenlandse uitzendbureaus worden ingeleend, waardoor alsnog oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat. Een zogenoemde buitenlandconstructie deed zich voor in de Rimec-zaak (ECLI:NL:RBMNE:2015:5393). Voor de bouw van de tunnel in de A2 bij Maastricht maakten Ballast en Strukton via een samenwerkingsverband gebruik van onder meer Poolse en Portugese arbeidskrachten die via Rimec, een internationaal uitzendbureau, werden ingeleend. Op het ‘gewone’ Nederlandse personeel van Ballast en Strukton werd de cao Bouwnijverheid toegepast, terwijl dat niet gebeurde op de arbeidsverhoudingen van de ingeleende arbeidsmigranten, aan wie een lager loon werd betaald. In de Rimec-zaak oordeelde de kantonrechter Utrecht dat Rimec (en het samenwerkingsverband van Ballast en Strukton) op grond van artikel 8 WAADI gehouden was de cao Bouwnijverheid toe te passen op de ingeleende arbeidsmigranten. Een en ander bracht mee dat de arbeidsmigranten recht hadden op het cao-loon. In de Rimec-zaak maakte de kantonrechter op spitsvondige wijze een einde aan de uitbuiting van de arbeidsmigranten en herstelde hij tegelijkertijd de concurrentiepositie van de Nederlandse werknemers. In dit verband past echter de opmerking dat één zwaluw nog geen zomer maakt en dat niet is gezegd dat iedere buitenlandroute zonder meer zal stranden.

Een tweede manier waarop oneerlijke concurrentie kan ontstaan, is wanneer arbeidsmigranten wel het cao-loon ontvangen, maar daarop vervolgens allerhande dubieuze onkostenvergoedingen worden ingehouden. In de hiervoor aangehaalde Rimec-zaak deed zich dat ook voor. Rimec hield namelijk maandelijks een bedrag van EUR 968,75 in op het loon van de ingeleende arbeidsmigranten voor onder meer huisvesting. Het door de WAS gewijzigde artikel 7:632 BW staat aan deze inhouding niet in de weg, voor zover de inhouding maar geen betrekking heeft op het gedeelte van het loon gelijk aan het wettelijk minimum. Het staat cao-partijen uiteraard vrij aan deze inhoudingen in de cao verdergaande beperkingen te stellen. In artikel 55 van de cao Bouwnijverheid lijkt zo’n grens te zijn getrokken. Dit artikel brengt namelijk kort gezegd mee dat een werkgever verplicht is de kosten van huisvesting te dragen indien dagelijks huiswaarts keren voor de werknemer niet redelijk is. Anders gezegd: een werkgever mag de kosten voor huisvesting van arbeidsmigranten niet inhouden op het cao-loon. In de Rimec-zaak oordeelde de kantonrechter in vergelijkbare zin. Het was Rimec niet toegestaan de kosten van huisvesting in te houden op het loon van de arbeidsmigranten. Deze maand kwam de kantonrechter Zutphen (ECLI:NL:RBGEL:2015:6830) echter tot een ander standpunt over artikel 55 van de cao Bouwnijverheid. Aan de kantonrechter Zutphen werd een oordeel gevraagd over de uitleg van artikel 55 van de cao Bouwnijverheid. Het uitzendbureau dat door FNV in de procedure was betrokken had huisvesting geregeld in de buurt van de bouwplaats waar de buitenlandse arbeidskrachten hun werkzaamheden dienden te verrichten. Het uitzendbureau hield de daarmee verband houdende kosten in op het cao-loon van deze arbeidsmigranten. Volgens het uitzendbureau was deze inhouding niet in strijd met artikel 55 van de cao Bouwnijverheid omdat ‘woning’ en ‘huis’ in de zin van dit artikel niet zien op de woning in het land van herkomst, maar betrekking hebben op de woning in Nederland. Dat kan volgens het uitzendbureau ook de door de werkgever ter beschikking gestelde woning zijn. Hoewel de redenering van het uitzendbureau een nogal hoog Von Münchhausen-karakter kent (“als je niet naar huis kan moet ik betalen, maar als ik je een huis verhuur hoef ik niet te betalen”), werd deze redenering door de kantonrechter toch gevolgd. Dat arbeidsmigranten hun huisvesting in Nederland zelf betalen achtte de kantonrechter Zutphen niet onredelijk.

Kortom, het is voor werkgevers nog steeds mogelijk financieel voordeel te behalen door gebruik te maken van arbeidsmigranten via buitenlandroutes of door inhouding van allerhande onbestemde onkostenvergoedingen op het cao-loon. Waarschijnlijk hebben arbeidsmigranten niet eens zo veel bezwaar tegen het gebruik van buitenlandroutes en de inhoudingen op hun loon. Als zij hierdoor goedkoper zijn dan Nederlandse werknemers, hebben zij immers meer kans op betaalde arbeid waarmee zij dan vanaf 1 juli 2015 in elk geval het Nederlandse wettelijke minimumloon kunnen verdienen. Dat ligt nog altijd een flink stuk hoger dan het gemiddelde loonpeil in het land van herkomst. Bezwaren tegen concurrentie op arbeidsvoorwaarden zullen vooral komen van werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt waarvoor de dreiging dat zij op den duur worden verdreven door goedkopere arbeidsmigranten reëel is. Vakbonden lijken in procedures met betrekking tot de beloning van arbeidsmigranten ook vooral op te komen voor de belangen van die eerste groep.

 

Over de auteur:niels020ar

Niels Jansen is als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Advertenties

2 gedachtes over “Uitbuiting en oneerlijke concurrentie: wat doet de WAS wel en wat niet?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s