De transitievergoeding is onzinnig

Sinds 1 juli is de ongelijke behandeling op het terrein van de ontslagvergoeding opgegeven. Nu geldt voor elke werknemer een “transitievergoeding”. Men bouwt de vergoeding op, en deze opbouw bedraagt een derde maandsalaris per dienstjaar; na tien jaar dienst wordt deze wat hoger. Hoe de nieuwe transitievergoeding in de praktijk zal uitpakken is vooralsnog koffiedik kijken., de uitspraken druppelen binnen. Niettemin zijn er al wel wat voorspellingen te doen, mede gebaseerd op geluiden die men in de media heeft kunnen vernemen. Ik zal de drie in mijn ogen belangrijkste problemen bespreken, om vervolgens met het voorstel te komen de transitievergoeding zo snel mogelijk af te schaffen.

Probleem 1: de transitievergoeding faciliteert geen transitie

Van meet af aan is de gedachte van de wetgever geweest dat de transitievergoeding – de naam zegt het al – zou worden aangewend om een transitie van werk naar werk te vergemakkelijken. Die keuze heeft de charme dat zij een maatschappelijk nuttig doel dient: de inzetbaarheid van werknemers – wie kan daar nu tegen zijn? Er kleven twee bezwaren aan. Ten eerste is zij pas verschuldigd bij ontslag. Dan is het meestal al te laat. Ten tweede bestaat geen enkele controle op de besteding ervan. Er is geen “transitievergoedingenpolitie”. Ondanks dat men door de bescheidener opbouw (en uitkomst) wellicht geen super-de-luxe caravan meer zal kunnen aanschaffen, staat niets er aan in de weg dat de werknemer zijn transitievergoeding verbrast in het café.

Probleem 2: de transitievergoeding is niet exclusief

De bedoeling is dat de transitievergoeding alle oude ontslagvergoeding
en vervangt. Toch bevat de wet tal van bepalingen waarin een extra vergoeding in het vooruitzicht wordt gesteld indien de werkgever “ernstig verwijtbaar” heeft gehandeld. Advocaten zullen direct de grenzen van die term gaan opzoeken. Ik voorzie een stortvloed aan procedures waarin werknemers pogen naast de transitievergoeding een extra vergoeding te krijgen. De eerste uitspraken zijn al binnen, en er zullen er, zo vermoed ik, nog vele volgen.

Probleem 3: de transitievergoeding geldt ook voor flexibele arbeidskrachten en langdurig arbeidsongeschikten

Veel werkgevers maken gebruik van flexibele arbeidskrachten. Dat heeft allerhande voordelen voor die werkgever. Een ervan was dat men geen ontslagvergoeding behoefde te betalen: het contract loopt automatisch af zonder verdere verplichtingen. Vanaf 1 juli geldt voor elke werknemer die 24 maanden in dienst is geweest een transitievergoeding, ongeacht of deze werknemer flexibel of vast is. In de media hebben vele deskundigen voorspeld dat deze flexibele krachten na 23 maanden (of eerder) moeten afzwaaien, om zo te voorkomen dat de werkgever een vergoeding moet betalen. Uit enkele breed uitgemeten incidenten (zoals bij ING) blijkt dat zij geen zwartkijkers zijn.

De ophef over het betalen van een vergoeding aan langdurig arbeidsongeschikten is ook verklaarbaar. Ten eerste waren kantonrechters in het verleden nogal eens bereid de ontslagvergoeding voor deze groep laag te houden. Die weg is nu afgesloten. Ten tweede zal bij werkgevers de gedachte leven dat zij dubbel betalen: loon voor een werknemer die al gedurende lange tijd geen inspanning levert met een vergoeding op de koop toe.

De oplossing – geen vergoeding als uitgangspunt

We dienen ons te realiseren dat een substantieel aantal werkgevers niet gewoon is geweest een vergoeding bij ontslag te betalen. Waarom zou men ook? Nu moet dat ineens wel, zonder goede reden. Het transitie-aspect, dé reden, komt onvoldoende uit de verf, zodat de regeling in feite neerkomt op sinterklazen op kosten van de werkgever. Indien dat wordt uitgesproken, zal de discussie helderder kunnen worden gevoerd. We spreken dan niet langer van een “(transitie)vergoeding”: elke werkgever heeft dan blijkbaar een nazorg om in inkomen van de werknemer te voorzien: in feite een kop op de WW. En dan is het bruggetje met de oplossing snel gemaakt: zou het een goed idee zijn de transitievergoeding af te schaffen, de WW op te hogen naar, zeg, 80-85% en een eventuele vergoeding te reserveren ten laste van de werkgever die het echt heel bont maakt? In spreektaal: de hufterige (c.q. wanpresterende) werkgever betaalt, de werkgever die niet in die categorie valt heeft WW-premie betaald en heeft geen verdere nazorg. Dan zijn we terug bij een uitlegbaar systeem dat we overigens in 1953 al hadden. Met bovengenoemd voorstel krijgt iedereen hetzelfde – wie werkelijk slecht is behandeld, kan meer krijgen – en is er een op solidariteit gebaseerde, duidelijke regeling met een heldere grondslag. Wie kan daar nu tegen zijn?

Over de auteur:RONALD BELTZER

Ronald Beltzer is hoogleraar arbeid & onderneming aan de Universiteit van Amsterdam

Advertenties

3 gedachtes over “De transitievergoeding is onzinnig

  1. Ik ben geen jurist, so correct me when I’m wrong, maar ik heb begrepen dat de transitievergoeding kan worden verminderd met het bedrag dat aan training, loopbaanbegeleiding e.d. Is uitgegeven (mits zo afgesproken en vastgelegd tussen wg en wn). Hoe bezie je dat in het kader van hetgeen je in dit blog opwerpt? Dan kan de transitievergoeding wellicht wel nuttig zijn bij transitie, hoewel ik vooralsnog geen zicht heb op hoe vaak dit voorkomt. Ik ben verder benieuwd of jullie vanuit jullie discipline hier meer zicht op hebben?

    Like

  2. Beste Ronald,

    Ik kan een heel eind met je mee denken, maar verlies de visie op bepaalde punten.
    Natuurlijk zijn er legio voorbeelden te noemen waarbij een werkgever, die een disfunctionerende werknemer wil ontslaan, niet te wachten zit op het uitbetalen van een transitievergoeding.
    Echter, in de afgelopen jaren zijn er zoveel werknemers, om zg. economische redenen, ontslagen, dat het hier wel degelijk een verschil kan maken. De kantonrechtersformule was dan in veel gevallen ook de nekslag voor het bedrijf geweest, waarbij de transitievergoeding net te doen was.
    In de meeste gevallen wordt de vergoeding (welke dan ook) als aanvulling op de WW gezien.
    Maar men staat vrij om dit anders te besteden.
    Standaard de WW uitkering verhogen is alleen aanvaardbaar als dit door de werkgever gefinancierd wordt als zijnde “vergoeding na ontslag”.
    Het gevaar hierin is echter dat de ex-werknemer “optimaal” wil hiervan profiteren (of als wraakactie) en niet eerder in actie komt als dat deze aanvulling wordt beëindigd.

    Aan alle regels zitten haken en ogen.
    Bescherming van de werknemers tegen oneigenlijk ontslag zal altijd onder druk blijven staan.
    Te voorkomen is dit niet en hierin is de transitievergoeding alleen maar gunstig voor de mensen in flexibele dienst.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s