Arbeidsrechtelijk Nederland wapen u! Laat uw stem horen tegen TTIP en tegen de verkwanseling van onze arbeidsrechten!

TTIP (Transatlantisch Trade Investment Package), is de laatste tijd steeds meer in het nieuws, maar wat is het eigenlijk en welke gevolgen kan het hebben voor het Nederlands arbeidsrecht?

TTIP is een vrijhandels- en investeringsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Het doel van TTIP is om de handelsbarrières op te heffen en vrije internationale handel mogelijk te maken tussen de twee grootste handelsblokken, de EU en de VS. Dit zou Europa toename in de handel opleveren ter waarde van een kleine 200 miljard per jaar. De Nederlandse economie zou het een bedrag van 1,4 tot 4,1 miljard per jaar opleveren, aldus berekeningen van het ministerie van Economische Zaken. Hoeveel precies is afhankelijk van wat er uiteindelijk in het verdrag komt te staan. Duidelijk is dat er veel geld mee is gemoeid. Zowel het Europese als het Amerikaanse bedrijfsleven ziet TTIP dan ook graag en snel komen.

Wat regelt TTIP dat het zo’n toename in de handel tussen de EU en de VS teweeg zal gaan brengen? Het gaat vooral om het gelijktrekken van regelgeving, wettelijke voorwaarden en standaarden. Dit zou veel tijd besparen en geld besparen, maar ook de toegang tot de wederzijdse markten bevorderen. Bijvoorbeeld omdat producten, zoals speelgoed of auto’s, niet meer aan verschillende standaarden hoeven te voldoen. Of omdat nieuwe markten zich openen die nu gesloten of slechts beperkt geopend zijn. Als voorbeelden worden gegeven het openen van het Amerikaanse luchtruim voor binnenlandse vluchten die door Europese vliegmaatschappijen kunnen worden aangeboden, het Amerikaanse gasquotum zal worden opgeheven en Europese bedrijven zouden kunnen gaan meedingen in Amerikaanse openbare aanbestedingen. Voor Nederland in het bijzonder zal er vooral in de maritieme sector (scheepsbouwers, reders, baggeraars) veel winst te behalen zijn. Niet alle sectoren kunnen meeprofiteren van TTIP. Zo wordt er onderhandeld over uitzonderingen voor de filmsector (vooral onder druk van Frankrijk) en de chemi- en landbouw sector (met name als het gaat om genetisch gemanipuleerde producten ten aanzien waarvan de Europese regels veel strenger zijn).

Ondanks de economische en handelsvoordelen die TTIP geacht wordt te brengen, zijn er ook berekeningen die laten zien dat het gewin voor Europa wellicht van korte duur zal zijn. Zo schetst Jeronim Capaldo[1] op basis van het VN Global Policy Model een scenario voor 2025, waaruit blijkt dat TTIP voor de EU zal leiden tot onder andere een aanzienlijk verlies in export, in BBP, in arbeidsinkomen (waarbij Frankrijk het hardst zal worden getroffen), in banen (vooral in Noord-Europese landen), en een vermindering van het arbeidsaandeel in zijn geheel en toename in winst uit kapitaal. In totaal zullen de verliezen groter zijn dan die tijdens de crisis van 2008. En hoewel het simulatiemodel van Capaldo sowieso dalende lijnen laat zien voor de toekomst, daalt deze nog sterker voor het scenario met TTIP.

Naast deze tegengestelde economische vooruitzichten, zijn er van beide kanten van de oceaan ook negatieve geluiden te horen over de wat TTIP inhoudelijk zal gaan brengen. Vanuit Europa heeft dit deels te maken met de negatieve beeldvorming die bestaat ten aanzien van andere handelsverdragen waar de VS partij bij is, zoals de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA). Meer specifiek is er veel kritiek op het principe van Investor-to-State Dispute Settlement (ISDS), welke investeerders de mogelijkheid geeft om staten die zich niet aan de TTIP-verplichtingen houden voor een internationaal arbitrage tribunaal te dagen.[2] In reactie op aanhoudende kritiek hierop, heeft de Europese Commissie een alternatief voorstel gedaan voor een ‘Investment Court System’, met zeer gespecialiseerde rechters in plaats van vertegenwoordigers uit de markt. Andere punten van kritiek betreffen de ondemocratische gang van de onderhandelingen en het gebrek aan transparantie. Met name het laatste heeft veel zorgen opgeworpen over wat er nu in TTIP geregeld gaat worden. Bijvoorbeeld ten aanzien van volksgezondheid en werknemersrechten, die in Europa over het algemeen een hoger beschermingsniveau genieten dan in de VS.

Sinds het akkefietje met de Wereld Handelsorganisatie waarin de VS Europa op het matje heeft laten roepen omdat het uit overwegingen van volksgezondheid het Amerikaanse hormoonvlees niet toelaat op de markt, is het duidelijk dat er een verschil in beschermingsniveau is tussen de VS en Europa.[3] Een ander voorbeeld zijn de genetisch gemanipuleerde groenten en fruit zoals gekweekt door bedrijven als Monsanto. Het lijkt erop dat wanneer TTIP een feit is, deze standaarden geüniformeerd worden en het lijkt niet waarschijnlijk dat dit het Europese niveau zal zijn. Dit vergt namelijk onrealistische aanpassingen van invloedrijke en grote bedrijven uit de VS. In plaats van winst vanwege een grotere afzetmarkt, zou dit eerder leiden tot verlies vanwege hoge investeringen en ingrijpende aanpassingen waarmee die bedrijven hun voordeelspositie eerder verliezen dan kunnen benutten.

Wat de arbeidsrechten betreft is het nog onduidelijker wat er gaat gebeuren. Het is een algemeen bekend feit dat er grote verschillen zijn tussen Europa en de VS. Daardoor staan deze rechten nu zwaar onder druk. Dit begint al met een ogenschijnlijk vanzelfsprekend iets als de ratificatie van de acht kernconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), betreffende slavernij, kinderarbeid, vakbondsrechten en gelijke behandeling. Alle Europese lidstaten hebben deze geratificeerd en de EU heeft in diverse documenten erkend dat deze rechten universeel zijn en relevant zijn in een globaliserende wereld. De VS heeft tot op heden slechts twee kernconventies geratificeerd (C105 tegen slavernij en C182 betreffende de meest ernstige vormen van kinderarbeid) en geen van de anderen. Hetzelfde geldt voor regionale mensenrechten verdragen. In Europa betreft dit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Sociaal Handvest. Niet alleen hebben alle lidstaten afzonderlijk deze documenten geratificeerd, ze zijn ook erkend in de verdragen van de EU (artikel 6 VEU voor het EVRM en artikel 151 VWEU voor het ESH). Sterker nog, sinds het Verdrag van Lissabon (2009) is het de bedoeling dat de EU lid wordt van het EVRM. Verplichtingen die daaruit voortvloeien zijn bindend en kunnen niet zonder meer opzij gezet worden. De VS daarentegen heeft zich tot op heden niet gebonden aan de Amerikaanse tegenhanger van het EVRM – the American Convention on Human Rights. Het ziet er ook niet uit dat dit gaat gebeuren.

De druk op de arbeidsrechten wordt nog eens versterkt door wezenlijk verschillende onderliggende gedachtes over waar het arbeidsrecht toe dient. Hoewel er grote verschillen te vinden zijn tussen de Europese lidstaten, zijn er zeker ook overeenkomsten te vinden, vooral het uitgangspunt dat het arbeidsrecht een beschermende functie heeft. Dit uit zich bijvoorbeeld in het feit dat alle lidstaten een bepaalde mate van ontslagbescherming bieden. Daarnaast bestaat er in Europa een sterke traditie van werknemersinspraak via vakbonden en/of ondernemingsraden in het algemeen en in geval van reorganisatie in het bijzonder. Deze rechten en principes zijn ook erkend op Europees niveau: werknemersbetrokkenheid in het algemeen in de artikelen die gaan over de sociale dialoog (artikelen 152 en 154-155 VWEU) en meer in het bijzonder in diverse richtlijnen, waaronder kaderrichtlijn 2002/14 betreffende informative- en consultatierechten van werknemers; en wat ontslagbescherming betreft in artikel 153 VWEU, welke de Raad en het Europees Parlement de bevoegdheid toekent om maatregelen te treffen ter ‘bescherming van de werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst’. Tot op heden blijkt uit niets dat deze principes en tradities op vergelijkbare wijze aanwezig zijn in de VS, dan wel worden overwogen. Integendeel zelfs, dergelijke rechten worden gezien als belemmeringen en kostenverhogend voor de markt en dienen zoveel mogelijk te worden beperkt en gedereguleerd. Het lijkt dan ook dat deze verschillen, waarvan dit nog maar twee voorbeelden zijn, onoverbrugbaar zijn, tenzij een van de twee kanten grote concessies maakt, maar dat lijkt niet waarschijnlijk.

Ter overbrugging is wel geopperd om het beginsel van ‘wederzijdse erkenning’ toe te passen, zoals we dit ook kennen binnen de EU. Hier loert echter het gevaar in dat er een ‘race to the bottom‘ gaat plaatsvinden. Daarbij wordt de binnen Europa bekende redenatie gevolgd: door verschillende beschermingsniveaus te erkennen zullen bedrijven hun productie verplaatsen naar daar waar dit het goedkoopst is en daardoor zullen de hogere beschermingsniveaus worden ondermijnd. Omdat TTIP vooral voordelen zal opleveren voor bedrijven die ook nu al internationaal opereren en die dus gemakkelijk hun productie verplaatsen, is dit een reële bedreiging. Binnen de EU wordt dit effect enigszins afgeremd doordat bepaalde standaarden zijn geharmoniseerd en omdat de lidstaten verplicht zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met die standaarden te handelen. Voor zover bekend zal hier in TTIP geen sprake van zijn.

Samenvattend komt het er dus op neer dat de mogelijk positieve effecten van TTIP, zoals een toename in banen, hoogst waarschijnlijk slechts tijdelijk van duur zijn en op de middellange termijn zelfs tot een groter verlies zal leiden dan tijdens de afgelopen crisis, waarbij met name de Noord-Europese landen getroffen zullen worden. Voorts lijkt er vanuit arbeidsrechtelijk perspectief niets te winnen en alles te verliezen met TTIP. Waarom zouden we TTIP dan nog moeten willen? Kortom: Arbeidsrechtelijk Nederland verzamelt u en trekt ten strijde op 10 oktober 2015[4] tegen TTIP; tegen de verkwanseling van onze arbeidsrechten!

[1] G. Capaldo (2014), TTIP: European Disintegration, Unemployment and Instability GDAE Working Paper No. 14-03.

[2] Zie hierover een gekleurd, doch illustratief filmpje op: http://www.youtube.com/watch?v=dSuIGKSm7z0

[3] Zie: http://www.wto.org/english/tratop_e/dispu_e/cases_e/ds26_e.htm

[4] Zie voor meer informatie: http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/4149176/2015/09/24/Veel-belangstelling-voor-demonstratie-tegen-TTIP-in-Amsterdam.dhtml

Over de auteur:beryl4

Beryl ter Haar is als universitair docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en houdt zich
voornamelijk bezig met Europees en internationaal arbeidsrecht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s