Wacht de tour echt op niemand?

Tour-de-FranceIn de zomer van ’95 volgde ik voor het eerst echt de Tour de France. Ajax had een maand eerder AC Milan verslagen in de finale van de Champions League en ik was ervan overtuigd dat Erik Breukink de Nederlandse sportzomer nog mooier zou maken. Breukink werd 20ste op flinke afstand van Miguel Indurain die dat jaar zijn vijfde opeenvolgende Tour won. Wat mij – en ongetwijfeld alle tourvolgers – vooral is bijgebleven van de Tour van ’95 is het overlijden van de Italiaanse wielrenner Fabio Casartelli. Tijdens de 15de etappe overleed hij als gevolg van een ongeluk. Hoewel Casartelli dood op het asfalt lag, ging de etappe door. De Franse renner Virenque won die dag en Mart Smeets wees er als commentator op dat de Tour nu eenmaal op niemand wacht. Smeets had slechts voor een deel gelijk. De 16de etappe van de Tour van ’95 werd wel verreden, maar uit respect voor Casartelli werd er niet gestreden voor de overwinning. De Tour wachtte dus toch, een beetje.

Zaterdag 4 juli a.s. start de 102de editie van de Tour in Utrecht met een proloog. De dag erna wordt op Nederlands grondgebied de eerste echte etappe verreden. De vraag is hoe vlekkeloos de tourstart dit jaar gaat zijn nu een politieactie is aangekondigd. Het politiepersoneel voert al 15 weken actie voor een betere cao en hardere acties werden reeds aangekondigd. Als minister Van der Steur niet over de brug komt, lijkt het erop dat de tour weer (een beetje) gaat wachten en dit keer op actievoerende Nederlandse politieagenten. De Tour is overigens vaker getroffen door stakingen, dus een nieuw fenomeen is het niet. Voor het eerst was dat in 1982 toen staalarbeiders de ploegentijdrit tegenhielden. In 1990 wist de tourdirectie via een omleiding van de renners op het laatste moment te voorkomen dat boeren de Tour wisten stil te leggen. In 1999 lukt dat niet, toen de koers werd stilgelegd door stakende brandweermannen.

Op de aangekondigde actie wordt verdeeld gereageerd. Velen reageren – veelal vanuit de onderbuik – niet erg positief op de berichten. De actievoerders moeten zich ervan bewust zijn dat de geschiedenis heeft bewezen dat de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden vooral succesvol is geweest wanneer acties konden rekenen op steun van de publieke opinie. Dat een actie niet sympathiek wordt gevonden, maakt deze evenwel nog niet onrechtmatig en in het licht van de recente stakings-arresten Enerco en Amsta is het zeer de vraag of de tourdirectie erin zal slagen de aangekondigde acties te laten verbieden. In het Enerco-arrest oordeelde de Hoge Raad ten aanzien van een collectieve actie (de besmetverklaring van zeeschip Evgenia) in een belangengeschil tussen de FNV en overslagbedrijf de Rietlanden als gevolg waarvan Enerco (een derde) schade leed, dat de strekking van artikel 6 lid 4 ESH meebrengt dat een werknemersorganisatie ‘in beginsel vrij is in de keuze van middelen om haar doel te bereiken’ en dat een collectieve actie valt onder de bescherming van artikel 6 lid 4 ESH wanneer de actie ‘redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen.’

Voor de geoorloofdheid van een actievorm is niet meer nodig dat een actie in elk geval overeenkomsten vertoont met (of niet te ver afstaat van) de ‘algehele zich tegen de werkgever richtende werkstaking’ als normaaltype. De politieagenten hebben aangekondigd dat zij een uur voor de start van de proloog over het parcours zullen gaan fietsen en dat zij op de Erasmusbrug de reclamecaravan aan een verkeerscontrole zullen onderwerpen. Hoewel de staking zich richt tegen de tour en niet zozeer tegen de overheid als werkgever, kunnen de actievormen redelijkerwijs bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het in Enerco geformuleerde criterium van de Hoge Raad zou overigens mee kunnen brengen dat hardere acties eerder bescherming verdienen dan mildere acties, omdat hardere acties in het algemeen sneller zullen leiden tot capitulatie van werkgeverszijde en dus effectiever zijn. Hardere acties zullen echter sneller struikelen over de drempel van artikel G ESH. Op grond van artikel G ESH mag een collectieve actie worden beperkt wanneer de beperking is voorzien bij wet en noodzakelijk in een democratische samenleving voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden. Deze beperkingsgrond is in het Nederlandse recht aldus vertaald, dat bij de beoordeling van de vraag of een beperking van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is, alle omstandigheden meewegen.Tot het Amsta-arrest was daarnaast plaats voor een beperking van het recht op collectieve actie, wanneer door de actievoerders niet was voldaan aan zwaarwegende procedureregels (spelregels), inhoudend dat een actie tijdig was aangezegd en dat de actie als ultimum remedium werd ingezet. In het Amsta-arrest heeft de Hoge Raad een streep gezet door de spelregels als zelfstandige maatstaf voor rechtmatigheid van een actie. Aan de spelregels komt volgens de Hoge Raad nog ‘slechts’ betekenis toe – en soms zelfs beslissende – in hiervoor genoemde belangenafweging.

Terug naar de aangekondigde politieactie: is een beperking maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk? In deze belangenafweging spreekt in het voordeel van de actievoerders dat de cao-onderhandelingen al 15 weken muurvast zitten en de acties plaatsvinden ten behoeve van deze (vastgelopen) collectieve onderhandelingen, de acties ruim van tevoren zijn aangekondigd, relatief onschuldig van aard (rondfietsen op het parcours en een controle van de reclamecaravan) en beperkt van duur zijn en dat maatregelen zijn getroffen teneinde de veiligheid en openbare orde te waarborgen. Daartegenover staat dat de acties geen inbreuk maken op de belangen van de werkgever, maar juist en slechts op de belangen van derden (waaronder de renners en de tourorganisatie). Bijzonder aan de acties is ook dat de politie bij de actie gebruikmaakt van een bijzondere wettelijke aan haar toegekende bevoegdheid (verkeerscontrole) en dat die bevoegdheid wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven. Tot slot geldt dat de toegebrachte schade niet alleen economisch van aard is, maar ook sportief waarbij ik wel direct opmerk dat het met de omvang die schade wel mee zal vallen. Op basis van een weging van deze omstandigheden kom ik tot het oordeel dat een beperking van de politieacties, maatschappelijk gezien niet dringend noodzakelijk is en dat de Tour dus toch echt weer een beetje zal moeten wachten.

niels020arOver de auteur:
Niels Jansen is als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s