De soap die schijnzelfstandigheid heet

Onder schijnzelfstandigheid wordt, populair gezegd, verstaan de situatie dat iemand werkt onder de vlag van ondernemerschap, maar zijn arbeid feitelijk verricht onder gezag van een of twee opdrachtgevers (lees: werkgevers). Schijn- of ook wel nepzelfstandigheid kent twee verschijningsvormen. De ene vorm vinden we vooral in de glas- en tuinbouw en haalt de krant op het moment dat er weer eens schrijnende gevallen van uitbuiting zijn ontdekt. Hier wordt nepzelfstandigheid ingezet door de werkgever en de werkzoekende van buiten de EU als middel om onder de vergunningplicht van de Wet Arbeid Vreemdelingen uit te komen. Werkenden die onder deze noemer arbeid verrichten zijn vaak al blij als ze werk hébben, ongeacht tegen welke beloning en onder welke omstandigheden, en hun arbeid voldoet vaak niet aan de minimale voorwaarden die wij in Nederland aan arbeid stellen. Hier zit hier het grote  maatschappelijke en juridische vraagstuk op de handhaving. Ofwel: hoe pak je opdrachtgevers (lees werkgevers) aan als degenen die zij inhuren er geen belang bij hebben naar voren te treden, sterker hier vooral beducht voor zijn? Dit probleem komt nog bovenop de handhavingproblematiek waar Popma het een eerdere blog over had.

De tweede vorm van schijnzelfstandigheid is minder grimmig, maar daarom niet minder problematisch. Ook hier is sprake van werken voor één of twee opdrachtgevers, maar nu is  geen sprake van vergunningplichtige arbeid. Sterker, soms verdient de (nep)zelfstandige meer dan zijn collega-werknemer. Bovendien profiteert hij van de belastingvoordelen die de overheid voor zelfstandige arbeid in het leven heeft geroepen. Er lijkt dus sprake te zijn van een win-win situatie. De werkgever is af van de loonplicht bij ziekte en van al die regeltjes, die hij voor werknemers in acht moet nemen; de werkende heeft beter betaald werk, flexibeler werk of hij heeft werk dat hij niet meer zou krijgen als hij zich als werknemer zou aanbieden. Deze vorm van nepzelfstandigheid komt veel voor in de bouw, de zorg, de ICT en het beroepsvervoer. Over de precieze aantallen lopen de schattingen uiteen, maar deze variëren van 4 tot 15 procent. Tegelijk, en dat maakt de zaak zo ingewikkeld, zijn dit ook de sectoren waar veel echte zelfstandigen werkzaam zijn. Al die wederzijdse voordelen – het win-win karakter van zelfstandige arbeid- gelden voor deze zelfstandigen en hun opdrachtgevers ook en dan zijn ze opeens toelaatbaar. We spreken pas van een maatschappelijk probleem als iemand zich als zelfstandig afficheert zonder het te zijn, en of dat het geval is meten we af aan het aantal opdrachtgevers voor wie hij in één belastingjaar heeft gewerkt. Dat is voor degene die het aangaat natuurlijk ontzettend ingewikkeld. Wat als je met goede moed bent begonnen met een eigen bedrijfje, je hebt meteen één grote klant hebt die je veel werk geeft, maar het lukt je niet er nog zo één of twee te vinden?

Daarmee heeft het recht een gedrocht gebaard. Dat weten we ook allemaal wel maar er wordt toch maar steeds gedaan of dat niet zo is, en of we te maken hebben met een situatie die voor iedereen klip en klaar is en die we alleen stevig moeten handhaven. Net als met de eerste vorm van nepzelfstandigheid, gewoon een blik extra handhavingsinspecteurs opentrekken en klaar.

De gebeurtenissen in de thuiszorg van de afgelopen maanden hebben geleerd dat het niet zo eenvoudig ligt. Minister Asscher heeft precies dat gedaan – een blik handhavingsinspecteurs opengetrokken – en hij kreeg vervolgens een storm aan kritiek over zich heen, zowel vanuit de samenleving als de Tweede Kamer. Door zijn toedoen, zo viel te beluisteren, moesten hele groepen betrokken thuiswerkers werkeloos op de bank blijven zitten terwijl de mensen die hun zorg zo hard nodig hadden hiervan verstoken bleven. Nu was de controle inderdaad iets te fanatiek en kregen in de ijver om nepzelfstandigheid te ontmaskeren ook verschillende ´echte´ zelfstandigen de aanzegging dat het uit moest zijn met deze vorm van dienstverlening. Maar het grote onderliggende probleem is dat ´we´ eigenlijk niet willen kiezen. Accepteren we dat het top down arbeidsrecht met alle beschermingsregels zijn langste tijd heeft gehad, of stoppen we met de subsidiering van eenmansbedrijfjes zonder personeel waarna een groot aantal vanzelf het loodje legt? Beide zijn niet erg aantrekkelijk, dus dat de politiek hier (nog) niet tussen kan kiezen valt wel te begrijpen.

Voor de thuiszorg is intussen een (voorlopige) middenweg gevonden. Na alle commotie over de al dan niet terecht naar huis gestuurde thuiswerkers vond in alle stilte overleg plaats tussen de betrokken ministeries (Financiën en SZW) en de belangenorganisaties van zelfstandigen. Want ook in dit segment is inmiddels sprake van een heuse vakbondsvorming. Dit overleg heeft ertoe geleid dat er nu een raamovereenkomst is opgesteld, waarin instructienormen staan voor de vormgeving van arbeids- pardon dienstverleningscontracten tussen thuiswerkinstellingen en thuiswerkers. Als partijen met hun contractering nu maar netjes binnen het format van deze overeenkomst blijven, zullen de werkenden niet lastig worden gevallen met de boodschap van dat ze toch geen zelfstandige zijn en dat ze hun diensten dus niet langer als zodanig mogen aanbieden.

Je hoeft geen groot ziener te zijn om te voorspellen dat deze overeenkomst niet het einde van een turbulent tijdvak markeert, maar één van de vele compromissen is op een weg waarvan het einde nog niet in zicht is. Want wat gebeurt er straks als een thuiszorgwerker die onder deze nieuwe contractsvorm werkzaam is ziek wordt binnen of buiten de context van zijn werk? Zal die dan de zelfbeheersing hebben om zijn werkgever, pardon opdrachtgever, níet verantwoordelijk te houden voor de doorbetaling van zijn arbeidsvergoeding tijdens ziekte? En hoe zal, als dat niet zo is, de kantonrechter hierover oordelen?

Zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid, er past maar één conclusie: wordt vervolgd.

mieswesterveld

Over de auteur: Mies Westerveld is hoogleraar Socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Advertenties

Een gedachte over “De soap die schijnzelfstandigheid heet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s