De nul komma acht lijn

Hoewel de lente zich inmiddels heeft aangediend, zijn de lonen van veel ambtenaren nog steeds bevroren. Door de jarenlange “nullijn” zijn de verhoudingen in het collectief arbeidsvoorwaardenoverleg in een aantal overheidssectoren intussen sterk onderkoeld. De meest zichtbare uiting van onvrede zijn de lopende acties van de politie voor meer waardering in de vorm van 3,3 procent loonsverhoging. Afgelopen woensdag namen bijvoorbeeld zo’n 2000 politiemensen deel aan een cao-protestmanifestatie voor het ministerie van Veiligheid en Justitie. Maar ook in andere sectoren rommelt het. In de se3d white people thief with moneyctor Rijk moest de rechter er aan te pas komen om de per 1 januari vrijgevallen pensioenpremies om te kunnen zetten in 0,8 procent loonsverhoging. Eerder al werd door de ambtenarenbond NCF aangifte gedaan tegen minister Blok (de werkgever in de sector Rijk) omdat hij weigert deze 0,8 procent aan “compensatie” voor de verlaging aan pensioenopbouw direct uit te betalen. Hiermee zou hij zich schuldig maken aan verduistering. Waar in de sectoren Rijk en Politie wordt gesteggeld over (meer dan) 0,8 procent loonsverhoging, oogt de sector Defensie relatief rustig. Deze sector heeft het onderhandelingsproces opgeknipt in “deelresultaten”. Het eerste deelresultaat moet (onder meer) een loonsverhoging van 0,8 procent opleveren. Op dit moment loopt de ledenraadpleging bij de Defensiebonden. De eerste resultaten laten zien dat ook in deze sector sprake is van enig wantrouwen richting de bereidheid van de minister van Defensie tot meer loonsverhoging. Dit alles roept de vraag op of de nullijn bij de overheid is vervangen door de “nul komma acht lijn”.

Nullijn

De nullijn is sinds 2010 (al dan niet direct) van toepassing in de meeste overheidssectoren. Doel van de maatregel is om het financieringstekort van de overheid terug te dringen. De nullijn betekent een bevriezing van de lonen. Er is dus geen inflatiecorrectie, hetgeen in de praktijk leidt tot koopkrachtverlies. Het hanteren van de nullijn voor ambtenaren als regeringsbeleid is een schoolvoorbeeld van een ongepaste verstrengeling van de dubbelrol van de overheid als wetgever en als werkgever. De invoering van de overlegplicht (1967), het overeenstemmingsvereiste (1989) en het sectorenmodel (1993) in het collectief arbeidsvoorwaardenoverleg bij de overheid is er juist op gericht geweest om deze rollen te ontvlechten. Ook het wetsvoorstel “Wet normalisering rechtspositie ambtenaren”, dat thans aanhangig is in de Eerste Kamer, is hierop gericht. Gezien de nullijn is het niet verrassend dat de onderhandelingen bij de overheid over collectieve arbeidsvoorwaarden moeizaam zijn verlopen. De sector Rijk zit bijvoorbeeld sinds 2011 zonder collectieve arbeidsvoorwaardenregeling; de sector Defensie sinds 2013. Afgelopen september gloorde er licht aan de horizon. In de Troonrede kondigde de koning aan dat de nullijn in 2015 zou worden losgelaten: ‘Na een nullijn van jaren kunnen de inkomens van leraren, politieagenten, militairen en ander overheidspersoneel weer meestijgen met de loonontwikkeling in de markt.’ Naar nu blijkt moet het inlopen van de salarisachterstand ten opzichte van de markt per sector hard worden bevochten.

Pensioenpremievrijval

Zelfs de vrijgevallen premiebedragen ten gevolge van de versobering van de ABP-pensioenregeling vloeien niet zonder meer terug naar de ambtenaren. Deze pensioenpremies zijn vrijgevallen als gevolg van een versobering van de fiscale regels voor pensioenopbouw vanaf 2015 (“Witteveen 2015”). De ABP-pensioenregeling paste niet binnen dit nieuwe fiscale kader. De sectorwerkgevers en de centrales van overheidspersoneel (waarbij de meeste ambtenarenbonden zijn aangesloten) hebben in november een “Pensioenakkoord” bereikt in de Pensioenkamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP). De wijzigingen zijn vanaf 1 januari 2015 ingegaan en leiden per saldo tot een verlaging van zowel de werknemers- als de werkgeversbijdrage voor het overheidspersoneel. Verlaging van de werknemersbijdrage betekent direct verbetering van het netto-inkomen; verlaging van de werkgeversbijdrage biedt ruimte voor 0,8 procent loonsverhoging. In de sector Rijk verschillen de centrales en minister Blok van mening over hoe dit laatste geëffectueerd moet worden. Het Pensioenakkoord vermeldt hierover:

 “De verlaging van de werkgeverspremies krijgt – voor zover niet herbesteed aan de kwaliteit van de pensioenregeling – volledige doorwerking via de sectorale cao-tafels in verbetering van salaris (of andere arbeidsvoorwaarden als cao-partijen daarvoor kiezen), in aanvulling op de salarisafspraken op grond van de bestendige sectorsystematiek.”

Deze passage is voor tweeërlei uitleg vatbaar. Minister Blok wil de premievrijval betrekken in de collectieve onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Volgens de minister moet eerst een cao-akkoord bereikt worden – pas dan kunnen de lonen omhoog. Hij verwijst hiertoe naar het bestendig gebruik om salarisverhogingen in cao-verband te plaatsen. De ambtenarenbonden verdenken hem ervan de premievrijval te willen uitruilen tegen de dure “ontziemaatregelen” voor oudere medewerkers (die steeds langer doorwerken). Zij menen dat uit het Pensioenakkoord direct voortvloeit dat de minister dient over te gaan tot verhoging van het salaris en wel per 1 januari 2015. Vanaf deze datum is het extra geld immers beschikbaar gekomen. Op dit moment weigeren de centrales om met minister Blok te onderhandelen. Eerst moet hij over de brug komen en – onvoorwaardelijk – 0,8 procent loonsverhoging toekennen aan alle rijksambtenaren. Om dit spoedig te bewerkstelligen hebben de centrales een kort geding aangespannen tegen minister Blok.

Kort geding

Vandaag verscheen de uitspraak in dit kort geding (dat diende op 27 maart). Voor de uitleg van de zinsnede “volledige doorwerking via de sectorale cao-tafels” knoopt de voorzieningenrechter aan bij het zogenoemde Haviltex-criterium. Op grond van dit criterium komt het niet uitsluitend aan op de zuiver taalkundige uitleg van de bewoordingen van de desbetreffende bepaling, maar ook op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan die bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De tekst van het Pensioenakkoord biedt geen uitkomst; het verslag van de zitting van de Pensioenkamer van 13 november 2014 wel. De voorzieningenrechter acht het “aannemelijk dat het Pensioenakkoord aldus moet worden begrepen dat (a) het werkgeversdeel van de pensioenpremievrijval beschikbaar is met ingang van 1 januari 2015, (b) dit geld tot besteding moet komen en (c) dat de sectoren afspraken moeten maken over de besteding daarvan”. Aan de hand van dit verslag wordt geconstateerd dat beide partijen klaarblijkelijk dezelfde betekenis toekenden aan de zinsnede “volledige doorwerking via de sectorale cao-tafels”: “de duiding van de overlegtafel waaraan overleg dient te worden gevoerd over de besteding van de White man pointing business chart on whiteboardpensioenpremievrijval en niet de duiding van het onderhandelingsproces (het sluiten van een sectorale cao)”. Voor de sector Rijk betekent dit dat overleg moet worden gevoerd met de sectorcommissie overleg rijkspersoneel (SOR) zoals bedoeld in artikel 105 ARAR. Dit betekent echter niet dat eerst overeenstemming moet worden bereikt over een sectorale arbeidsvoorwaardenregeling (in de wandelgangen cao genoemd) alvorens tot besteding van de pensioenpremievrijval kan worden overgegaan. In zoverre is het standpunt van de minister onjuist. Wel kan de minister volgens de voorzieningenrechter in het sectoroverleg een voorstel doen om de besteding van de vrijval te koppelen de nog te voeren cao-onderhandelingen. Uit de gekozen bewoordingen valt op te maken dat de voorzieningenrechter de centrales, die het overleg hebben opgeschort, terugstuurt naar de overlegtafel om hier alsnog over te spreken (hoewel op hen geen overlegplicht rust). De voorzieningenrechter toont echter ook begrip voor de positie van de centrales: “Nu de Minister zijn met het Pensioenakkoord strijdige standpunt na de ondertekening van het Pensioenakkoord onverkort heeft gehandhaafd, is invoelbaar dat de vakcentrales in reactie hierop het SOR, en meer in het bijzonder het overleg tussen de Minister en de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel, dat voor wat betreft de sector Rijk heeft te gelden als sectorale cao-tafel, hebben opgeschort.” Kortom, de vordering van de centrales is afgewezen, maar het standpunt van de minister is onderuitgehaald. De vakbonden zijn dan ook tevreden: ‘Terecht dat rechter ons inhoudelijk in het gelijk stelt’. Een vernuftig compromis waar de overlegpartijen een voorbeeld aan kunnen nemen.

Deelresultaten

De keuze van de sector Defensie om te werken met deelresultaten vanwege de complexiteit van de huidige overlegonderwerpen oogt op het eerste gezicht helemaal zo gek nog niet. Belangrijke onderdelen in het collectief overleg zijn de loonontwikkeling, het (flexibel) personeelssysteem en het AOW-gat. Op 3 maart jl. is een eerste deelresultaat bereikt. Hierin wordt het Defensiepersoneel (onder meer) met terugwerkende kracht (per 1 januari 2015) een loonsverhoging van 0,8 procent in het vooruitzicht gesteld. Over nadere inkomensontwikkeling is nog geen overeenstemming bereikt. Voor de leden van de militaire bonden MARVER en AFMP voelde dit niettemin als “een sigaar uit eigen doos”. Zij hebben er geen vertrouwen in dat de minister van Defensie bereid is tot meer loonsverhoging en daarom hebben zij dit deelresultaat afgewezen. Zij geloven ook niet in een onderhandelingsproces met deelresultaten. De minister noemde dit “buitengewoon jammer”, aangezien nog gesproken zou worden over meer loonontwikkeling. MARVER en AFMP zijn aangesloten bij de ACOP. Dit is een van de vier centrales van overheidspersoneel die zijn toegelaten tot de onderhandelingstafel in de sector Defensie. De ledenraadpleging bij de overige Defensiebonden loopt nog en dus is een meerderheid voor het eerste deelresultaat nog haalbaar. Bij het staken van de stemmen beslist de minister (artikel 3 lid 3 BGO).

Zorgplicht

Wellicht blijft hPerson examining businessmen and one is differentet de komende tijd niet alleen bij collectieve acties van het politiepersoneel. In de sector Rijk hebben de centrales al voor de uitspraak in het kort geding laten weten stakingen en andere collectieve acties niet uit te sluiten. Net als andere werknemers hebben ambtenaren het recht om collectieve actie te voeren, waaronder de werkstaking. Dit recht ontlenen zij rechtstreeks aan artikel 6 lid 4 ESH (en artikel 11 EVRM). Wel lopen ambtenaren eerder tegen een beperking van dit recht aan, aangezien de geleverde dienst veelal essentieel is. Vaak gaat het om een dienst waarop de overheid een monopolie heeft, zoals het merendeel van de politiediensten (geweldsmonopolie). Voor militairen geldt zelfs een stakingsverbod dat a priori is neergelegd in de Militaire Ambtenarenwet 1931. De starre opstelling van de sectorwerkgevers valt moeilijk te rijmen met een arbeidsverhouding waarin sprake is van een dergelijke disbalans in het collectief arbeidsvoorwaardenoverleg. Afhankelijk van de mate van deze disbalans heeft de overheid een zekere zorgplicht richting haar ambtenaren – een positieve vorm van “paternalisme”. Inmiddels is de ambtenaar verworden tot een werknemer met een bijzonder – allang niet meer gouden – randje, zeker als het wetsvoorstel “Wet normalisering rechtspositie ambtenaren” daadwerkelijk wet wordt. Bepaalde beperkingen blijven echter bestaan. Enige waardering voor de bijzondere positie van het overheidspersoneel door een open houding in het overleg en een behoorlijke inzet voor de salarisontwikkeling zijn derhalve op zijn plaats. Een nullijn past hier zeker niet bij – elke discussie over een “nul komma acht lijn” ook niet.

IMG_7364 - kopieMr. N. (Nataschja) Hummel is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet promotieonderzoek naar normalisering van de militaire rechtspositie. Kort gezegd staat hierbij de vraag centraal in hoeverre de publiekrechtelijke aanstelling van militairen vervangen kan worden door een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst.

Advertenties

3 gedachtes over “De nul komma acht lijn

  1. Mooi artikel dat alles weer even ‘op een rij zet’. Met name de laatste zinnen in het hoofdstukje ‘zorgplicht’ zijn me uit het hart gegrepen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s