De quotumwet: een zetje van Jet

Stel, het Ministerie van Financiën constateert een tekort en komt met de volgende oplossing. Alle burgers van Nederland worden uitgenodigd om naar vermogen bij te dragen om het tekort te lenigen. Over drie jaar wordt bekeken of er voldoende is gestort. Is dat niet zo, dan krijgt iedereen alsnog een individuele heffing. Wat zou u doen? Beginnen met storten, of toch maar even afwachten of de buren misschien voldoende kunnen missen?

Een soortgelijk voorstel is op 31 maart jl. door de Eerste Kamer aangenomen. De Quotumwet, een initiatief van staatssecretaris Jetta Klijnsma, vormt de uitvoering van o.a. het Sociaal Akkoord 2013. Daarin is afgesproken dat werkgevers extra banen gaan creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Het aantal banen moet geleidelijk worden uitgebreid tot 100.000 banen in de marktsector en 25.000 in de collectieve sector in 2026. Als over twee jaar blijkt dat het gerealiseerde aantal banen in die twee jaren achterblijft bij deze afspraken, dan kan een wettelijk quotum in werking worden gesteld. Werkgevers met meer dan 25 werknemers die dan nog niet voldoende banen hebben gecreëerd, betalen een quotumheffing in de vorm van een extra verzekeringspremie ter hoogte van 5000 euro voor elke niet-gerealiseerde arbeidsplaats.

De zorg van Jetta
Er is voldoende reden tot zorg over de doelgroep. Bijna anderhalf miljoen Nederlanders ziet zichzelf als arbeidsgehandicapt. Dit is op een potentiële beroepsbevolking van 8,6 miljoen ruim één op de acht mensen. De meerderheid hiervan is (zeer) laag opgeleid en ruim driekwart heeft een uitkering. De zorg van Jetta betreft dus waarschijnlijk niet alleen het gebrek aan ontplooiingsmogelijkheden van deze doelgroep, maar eigenlijk vooral hun inkomensafhankelijkheid. Op dit moment zijn er maar weinig werkgevers die dergelijke mensen bewust een kans bieden. Zo heeft maar 4,8 % van de werkgevers een WAJONG-er in dienst.

Werknemers met een vlekje
Het gebrek aan belangstelling van werkgevers kan moeilijk verklaard worden door een gebrek aan ondersteunend beleid. Er zijn in de afgelopen decennia talloze maatregelen bedacht om werkgevers over te halen werknemers ‘met een vlekje’ in dienst te nemen: subsidies voor aanpassingen van de arbeidsplaats, overname van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte, proefplaatsing met behoud van uitkering, premiekorting, loonkostensubsidie.. Kenmerkend aan dit beleid is het gebrek aan continuïteit en de ontoegankelijkheid ervan. De regels zijn lastig te doorgronden en worden voortdurend aangepast. Een voorbeeld is de loonkostensubsidie: deze was terug van weggeweest in 2009, weer geschrapt in 2012, en nu toch weer nieuw leven ingeblazen in 2015. Wel consistent is de continue aanscherping van de verplichtingen van uitkeringsafhankelijken om arbeid te verrichten.

Een zetje voor werkgevers
Nu moeten ook de werkgevers maar weer eens een zetje krijgen, zal de staatssecretaris hebben gedacht. Als het werkt, is de quotumregeling natuurlijk ideaal voor een beleidsmaker in bezuinigingstijd: weinig kosten, hoop winst. De belofte van werkgevers in het Sociaal Akkoord om meer banen voor arbeidsgehandicapten te scheppen, kon in de ogen van de staatssecretaris dan ook gelijk wel leiden tot een besparing op overheidsuitgaven, namelijk het schrappen van de WSW-werkvoorziening en de WAJONG-voorzieningen voor gedeeltelijk gehandicapten met ingang van 2015.

Gaat het werken?
De vraag is natuurlijk of het wel gaat werken. Dat heeft tot nu toe nog geen enkel quotum gedaan. Het is namelijk bepaald niet de eerste. Al in 1947 bepaalde de Wet plaatsing minder-valide arbeidskrachten dat een werkgever met minimaal 20 werknemers, 2 procent mindervalide werknemers in dienst moest hebben. Aangezien sanctiemogelijkheden ontbraken, leidde de wet een vergeten bestaan. Eind jaren tachtig ontstond opnieuw belangstelling voor de arbeidsparticipatie van gehandicapten, mede in het licht van zorgwekkende groei van het beroep op de WAO. In de Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers van 1986 was opnieuw een quotum opgenomen: werkgevers moesten gaan streven naar 3 tot 7 procent arbeidsgehandicapten in dienst. Deze regeling werd overgenomen in de Wet Re-integratie Arbeidsgehandicapten van 1998. Ook dit quotum bleef echter een dode letter. De Amvb waarmee een boete bij niet-nakoming kon worden opgelegd, is nooit opgesteld. Het kabinet legde in 2001 nog uit waarom: positieve prikkels zouden beter werken, omdat werkgevers arbeidsgehandicapten anders als een van buiten opgedrongen last zouden gaan ervaren. De quotumregeling is uiteindelijk met de komst van de Wet WIA in 2005 vervallen. Desgevraagd zei de minister dat de quotumplicht niet opportuun was aangezien deze zou leiden tot hoge administratieve lasten voor werkgevers en uitvoeringskosten voor de organisaties voor toezicht op naleving en handhaving.

Zou het dan nu wel gaan lukken? Zal de Minister nu wel de moed hebben de quotumplicht inderdaad te gaan handhaven? Toegezegd is, om dat in ieder geval pas te doen na overleg met de sociale partners. Dat wil zeggen dat de uiteindelijk beslissing af zal hangen van de politieke opportuniteit op dat moment.

Cultuuromslag?
Tijdens de parlementaire behandeling van de wet waren veel sceptische geluiden te horen. Nu op dit moment meer dan een half miljoen personen werkloos zijn en de Nederlandse economie ternauwernood aan het opkrabbelen is, was de gedachte dat werkgevers prioriteit zullen gaan geven aan het scheppen van beschut werk volgens sommige kamerleden onrealistisch. Werkgevers zullen volgens anderen misschien wel hun personeelsbestand gaan opknippen om onder de 25 werknemers per BV uit te komen. Ook verwachtte men dat werkgevers de boete gewoon op de begroting opnemen, omdat betalen altijd makkelijker is dan inspanning leveren. Staatssecretaris Klijnsma dacht daarentegen dat de ontduiking zo’n vaart niet zou lopen. Ze kon altijd nog de boete verhogen. Ze rekende echter vooral op een cultuuromslag.

Dit is denk ik de cultuuromslag waarvoor dit kabinet het etiketje “participatiemaatschappij” heeft gelanceerd. Burgers en bedrijven moeten zelf aan de slag. De overheid schrijft daarbij voor wat ze moeten doen, maar levert zelf liefst zo min mogelijk bijdrage. Deze invalshoek heeft in het socialezekerheidsrecht minstens één succesvol voorbeeld opgeleverd, namelijk de re-integratie van werknemers in de eerste twee ziektejaren door werkgevers (art. 7:629 en 658a BW). Een simpele financiële prikkel volstond hier echter niet. Werkgevers deden nog niets toen ze alleen maar het loon hoefden doorbetalen. Ze gingen pas aan de slag toen hun inspanningen en resultaten op individueel niveau werden gecontroleerd door het UWV, in het kader van het opleggen van de loonsanctie van art. 25 lid 9 WIA.

Ik ben bang dat het bij de quotumplicht niet anders zal gaan. Werkgevers gaan niet individueel harder lopen om arbeidsgehandicapten te begeleiden vanwege een toekomstige heffing die afhankelijk is van collectieve resultaten, zeker niet als ze denken dat hun concurrenten dat ook niet doen. Werkgevers gaan (misschien) harder lopen als hen precies gezegd wordt wat ze wanneer moeten doen en wat er gebeurt als ze het niet doen. Het zijn net mensen denk ik, werkgevers.

Willemijn Roozendaal    

Over de auteur:  Willemijn Roozendaal is bijzonder hoogleraar socialezekerheidsrecht en UHD arbeidsrecht aan de VU.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s