Pakketbezorgers in actie: minimumtarief mogelijk?

Vandaag reden pakketbezorgers in een colonne naar Den Haag om minister Asscher ‘een pakje verantwoordelijkheid’ aan te bieden. Zo voeren de pakketbezorgers onder leiding van SubcoPartners, de belangenbehartiger voor zelfstandigen in het beroepsgoederenvervoer, actie voor een ‘gezonde vervoerssector’.

Een van de actiepunten betreft de aanpak van schijnzelfstandigheid. Op papier zijn veel bezorgers zzp’er maar in werkelijkheid is deze zelfstandigheid volgens de actievoerders een fictie: de bezorgers zijn afhankelijk van de opdrachtgever en moeten zich houden aan de regels van de pakketdiensten. Bezorgers worden door PostNL bijvoorbeeld verplicht tot het dragen van een PostNL-jas en ze worden ingedeeld in shifts. Bovendien moeten ze een minimumaantal  pakketten afleveren. Ze hebben geen tijd voor het zoeken van andere klanten, terwijl ze wel de risico’s dragen die bij zelfstandig ondernemen hoort. Ontslagbescherming, verzekering en pensioenopbouw ontbreken.

Volgens de actievoerders is binnen de gehele pakketbranche bovendien sprake van te lage tarieven, terwijl de pakketmarkt een groeimarkt is. Door online verkoop worden immers steeds meer pakketten verzonden. Met de pakketbezorgingsdienst is volgens SubcoPartners onder het huidige systeem geen normale boterham te verdienen. De subcontractors, die in opdracht en dus niet als werknemer pakketten bezorgen, hebben volgens de actievoerders te weinig macht om bij de grote pakketbedrijven betere tarieven te bedingen. Wanneer een pakketbezorger weigert voor een bepaald tarief te bezorgen zijn er volgens de actievoerders ‘voor hem tien anderen’. Op deze manier vindt een race to the bottom plaats. SubcoPartners stelt daarom voor dat een minimumtarief per uur wordt ingevoerd, zoals voor werknemers een minimumsalaris geldt.

De vraag is of een dergelijke tariefafspraak, die collectief overeengekomen moet worden, niet strijdig is met het mededingingsrecht. Voor het antwoord op deze vraag kan aanknoping worden gezocht bij het recente arrest van het Hof van Justitie inzake een minimumtarief voor orkestremplaçanten. In deze zaak ging het om het volgende. FNV KIEM heeft in de cao een bepaling opgenomen met een minimumtarief voor orkestremplaçanten, waardoor een zzp’er hetzelfde verdient als een orkestlid dat werknemer is. Bovendien krijgen zzp’ers een opslag voor pensioen en sociale zekerheid. Het doel van die afspraak is om oneerlijke concurrentie tussen verschillende soorten orkestleden te voorkomen en om zzp’ers een gelijkwaardige bescherming te bieden. De vraag is of het minimumtarief in strijd is met het mededingingsrecht, of uitgezonderd wordt op basis van de zogeheten Albany-exceptie, die cao’s buiten het bereik van het mededingingsrecht houdt. Het Hof van Justitie oordeelt dat voor zover FNV KIEM mede namens zelfstandigen heeft onderhandeld, zij niet als sociale partner optreedt maar als ondernemersvereniging. Daarmee valt de tariefafspraak niet binnen de cao-exceptie. Met andere woorden: namens zelfstandigen kunnen geen minimumtariefafspraken worden overeengekomen voor zelfstandigen. Voor schijnzelfstandigen, die volgens het Hof moeten worden aangemerkt als werknemer, is dat wel mogelijk. Het Hof hanteert hierbij een ruime definitie van het begrip schijnzelfstandige: het gaat om dienstverleners die op basis van een opdrachtovereenkomst werkzaamheden verrichten voor een werkgever en zich in een situatie bevinden die vergelijkbaar is met die van werknemers van die werkgever. Het is aan de nationale rechter te bepalen of sprake is van schijnzelfstandigheid.

Worden de pakketbezorgers door de Nederlandse rechter gekwalificeerd als schijnzelfstandig, dan is het mogelijk collectief afspraken te maken over een minimumtarief. De vraag of een bezorger als werknemer van PostNL moet worden aangemerkt, is onlangs voorgelegd aan de Rechtbank Amsterdam. Deze zaak is echter niet representatief voor de gehele groep pakketbezorgers, nu sprake was van een pakketbezorger die zich bij het bezorgen liet bijstaan door meer dan drie personen, niet zijnde familieleden, waardoor geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst heeft immers tot uitgangspunt dat de bedongen arbeid door de werknemer zelf moet worden verricht.

Over de auteur:

3a6012aMarieke ten Broeke is als promovenda verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s