Alleenstaande moeders beter af als werknemer dan als student.

Naar aanleiding van een aantal verontrustende brieven van de Stichting Steunpunt Studerende Moeders stond de afgelopen week de situatie van alleenstaande studerende moeders op de agenda van het algemeen overleg van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Wat is nu precies het probleem? Neem Myrthe, voltijds student MBO Zorg en Welzijn. Ze is net 24 als ze hoogzwanger is van haar eerste kindje. Helaas is de relatie met de vader van het kind verbroken en staat ze er alleen voor. Myrthe krijgt steeds meer moeite met het lopen van trappen in haar school. Er is wel een lift in het gebouw, maar die mag alleen door het personeel worden gebruikt. Een aantal weken voor de bevalling gaat het niet meer en Myrthe stopt tijdelijk met de studie. Ze baalt van de studievertraging die ze oploopt, maar pakt de draad op als kleine Lucas drie maanden oud is. Omdat Myrthe een aanwezigheidsverplichting heeft op school, gaat Lucas vijf dagen per week naar de kinderopvang. Eigenlijk vindt Myrthe vijf opvangdagen te veel. Bovendien is Lucas in de eerste maanden regelmatig ziek waardoor hij niet naar de opvang kan gaan. Pogingen om gezien haar specifieke situatie een individueel rooster af te spreken met de school, lopen op niets uit. Ook het verzoek van Myrthe om gebruik te maken van de kolfkamer van het personeel wordt afgewezen. Kolven kan ze ook in de toiletruimte, aldus de schoolleiding.

Dit relaas dat gebaseerd is op verhalen die bij de Stichting Steunpunt zijn binnengekomen, gaat verder als Myrthe de eerste rekening van de kinderopvang ontvangt. De kinderopvangtoeslag blijkt niet het gehele bedrag te dekken, er blijft een eigen bijdrage over van zo’n €150,- per maand. Dat is wel wat veel om van haar studiefinanciering (inclusief eenoudertoeslag) te betalen. De gemeente weigert deze kosten voor haar rekening te nemen. Myrthe behoort namelijk niet tot de bijzondere doelgroep van het gemeentelijke beleid. Minister Bussemaker van OCW heeft in het begin van dit jaar cijfers verstrekt waaruit blijkt dat alleenstaande studerende moeder veelal vroegtijdig stoppen met de opleiding. De kans is groot dat ook Myrthe voortijdig haar school zal verlaten en met een grote studieschuld blijft zitten. Het wrange van haar verhaal is dat zwangere werknemers of werknemers met kleine kinderen relatief veel rechten kunnen ontlenen aan het arbeidsrecht, maar dat de onderwijswetgeving en de Participatiewet vrijwel niets regelen voor jonge studerende moeders zoals Myrthe. Zij zijn volledig afhankelijk van de goodwill van de betreffende instelling waar ze studeren en de gemeente waar ze wonen.

Nederland gaat hiermee voorbij aan verplichtingen die volgen uit het EU recht en internationale verdragen. Zo wordt in het EU recht ongelijke behandeling op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap gekwalificeerd als directe discriminatie op grond van geslacht. Dit geldt ook wanneer geen rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van zwangerschap en bevalling. Artikel 14 van de richtlijn 2006/54/EG (herschikkingsrichtlijn) verbiedt verder directe of indirecte discriminatie op grond van geslacht, onder andere voor wat betreft de toegang tot beroepsopleiding. Het Europees Parlement heeft in 2007 bovendien een resolutie aangenomen waarin lidstaten en instellingen voor hoger onderwijs en beroepsonderwijs expliciet wordt opgedragen om gelijke behandeling en non-discriminatie van zwangere studenten en jonge moeders te garanderen. Verder is van belang dat Nederland partij is bij het VN-Vrouwenverdrag. In artikel 10 van dit verdrag wordt bepaald dat de lidstaten gehouden zijn alle passende maatregelen te nemen om vrouwen rechten te verzekeren die gelijk zijn aan die van mannen op het gebied van onderwijs en vorming.

Met welke maatregelen zouden Myrthe en andere studerende alleenstaande moeders geholpen zijn? Allereerst zou zowel in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) als in de Wet op het hoger onderwijs en onderzoek (WHW) een bepaling opgenomen moeten worden op grond waarvan instellingen verplicht worden om in de Onderwijs en Examenregeling (OER) vast te leggen hoe studenten bij zwangerschap- en bevalling of zorgverplichtingen in de gelegenheid worden gesteld om onderwijs te volgen en tentamens af te leggen. Daarnaast dient de Participatiewet te voorzien in een bepaling op grond waarvan ook studerende moeders met studiefinanciering recht krijgen op passende kinderopvang. De Vereniging voor Vrouw en Recht heeft soortgelijke suggesties gedaan in een recente brief naar de vaste Kamercommissie OCW.

Op dit moment lijkt zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum het besef te zijn ontstaan dat iets moet worden ondernomen om de positie van alleenstaande studerende moeders te verbeteren. Hopelijk leiden de inzet van de Stichting Steunpunt Studerende Moeders en de getoonde brede politieke betrokkenheid op termijn tot de voorgestelde wetswijzigingen. Voor Myrthe zullen die wijzigingen te laat komen, maar wellicht maken ze het leven van een volgende generatie alleenstaande studerende moeders wel een stuk gemakkelijker.

anja2Over de auteur:  Anja Eleveld is als postdoc onderzoeker en docent verbonden aan de Vrije Universiteit  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s